Studieprogramma

Taal- en cultuurwetenschappen (Educatie en communicatie)

Opbouw master

Het programma heeft een studielast van 120 EC:

  • 24 EC kernmodules op vakinhoud
  • 18 EC kernmodules gericht op vakdidactiek en pedagogiek
  • 12 EC toegesneden op integratie van vakinhoud en praktijk
  • 30 EC stage
  • 15 EC keuzeruimte
  • 21 EC scriptie

Je volgt in het eerste jaar van de master zowel taal-, letter- en cultuurkundige vakken in de Nederlandse, Engelse, Duitse of Franse taal en cultuur als pedagogische en (vak)didactische vakken. In het tweede jaar heb je de vrijheid om je in één of meer van deze domeinen te specialiseren. Je kunt er ook voor kiezen om je educatieve expertise juist te verbreden naar andere contexten, zoals volwassenenonderwijs of bij een educatieve sectie in het museum of een bedrijf in het buitenland.

Kernvakken

In het eerste deel van het eerste jaar volg je een aantal kernvakken die de nadruk leggen op taal- en letterkunde. In het tweede semester leggen de kernvakken de nadruk op pedagogiek en algemene didactiek. In ‘Het schoolvak: Onderzoek en praktijk’ worden wetenschap en didactiek met elkaar gecombineerd. In dit vak leer je thema’s uit het wetenschappelijk onderzoek te vertalen naar een klassituatie.

Inspiratie, innovatie en intervisie

Gedurende het hele programma volg je het inspiratie-, innovatie- en intervisietraject. Dit traject is opgebouwd uit bijeenkomsten met inspirerende professionals, individuele planningsgesprekken, reflectieopdrachten en intervisiesessies. Alle studenten uit een groep zitten het hele traject bij elkaar.

Profileringsruimte

In het tweede jaar heb je profileringsruimte (15 EC) waarin je zelf kunt kiezen waar jij in je leertraject de nadruk op wilt leggen. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor een korte stage in een museum, bij een educatieve uitgeverij of in het buitenland. Je kunt ook kiezen voor het keuzevak Literature and Education: Cultural Literacies, dat de relatie tussen taal- en cultuurstudies in een bredere educatieve context onderzoekt. Daarnaast is het mogelijk om te werken aan jouw taalvaardigheid, of om je pedagogisch, taal- of cultuurkundig verder te ontwikkelen. Je mag zelf kiezen waar je vakken volgt (bijvoorbeeld aan andere universiteiten). Jouw keuzes worden tijdens het inspiratie-, innovatie- en intervisietraject besproken en afgewogen.

Onderwijspraktijk/Stage

Vanaf halverwege het eerste jaar tot aan het einde van de opleiding sta je voor de klas. De gehele stage omvat 840 uur, waarbinnen je ten minste 100 klokuren lesgeeft in het voortgezet onderwijs. De relatief lange stageperiode zorgt ervoor dat jouw vaardigheden goed worden ontwikkeld en je veel ruimte krijgt ervaring in de praktijk op te doen. Je kunt ervoor kiezen om je stage op twee verschillende scholen te doen, zodat je kennis kunt maken met verschillende onderwijstypen en schoolculturen. Naast lesgeven kun je ook betrokken worden bij andere school gerelateerde zaken zoals excursies, ouderavonden en individuele begeleiding van leerlingen.

Afstudeertraject

In het vierde semester staat het afstudeertraject centraal en kies je een eigen thema dat je in de onderwijspraktijk en de wetenschappelijke theorie onderzoekt. De scriptie bestaat daarom uit een wetenschappelijk onderzoek en een vertaling naar een praktische toepassing.

Published by  Faculty of Humanities

10 November 2017