Studieprogramma

Nederlandse letterkunde (research)

Opbouw programma

Het programma heeft een studielast van 120 EC:

  • 36 EC kernmodules
  • 36 EC keuzevakken
  • 18 EC tutorials
  • 12 EC onderzoeksproject
  • 18 EC masterscriptie

Kernmodules

Je volgt drie kernmodules van de research master Literary Studies, waarin je literatuur onderzoekt vanuit een cultuurhistorisch en een literair-theoretisch perspectief.

  • In het eerste semester van het eerste jaar van deze master volg je Key Debates in Literary and Cultural Studies, waarin je thuis raakt in de actuele debatten en methodologieën in het hedendaads letterkundig onderzoek.
  • In het tweede semester richt je je in Practices of Literature: Literary Cultures and their Impact op de vraag wat literatuur precies kan doen in een breder sociaal, cultureel en historisch kader.
  • Het vak Literary Studies Lab, in het tweede jaar, is gericht op het doen van onderzoek. Samen met medestudenten en docenten voer je een onderzoeksproject uit als voorbereiding op en ter ondersteuning van je masterscriptie. In het vak Literary Studies Lab leer je tevens hoe je een PhD proposal schrijft en een werkgroepsessie leidt. 

Onderzoeksinstituten

De cultuurhistorische en een literair-theoretisch perspectieven van de kernmodules sturen ook het letterkundig onderzoek van de onderzoeksinstituten waaraan het programma verbonden is. Deze zijn:

Vakinhoud

Voor het studieschema en een beschrijving van de vakken, zie:

Keuzevakken

Je kunt je keuzeruimte benutten voor vakken die aansluiten op jouw onderzoeksinteresse. Naast keuzevakken op het gebied van Nederlandse Letterkunde – van Middelnederlandse literatuur tot de hedendaagse roman – zijn er tientallen keuzevakken in andere literatuurgebieden, zoals Engels, Duits, Slavisch, maar ook bijvoorbeeld Comparative Literature. Daarnaast zijn er interdisciplinaire keuzevakken over bijvoorbeeld globalisering, cultural memory, gender en de Gouden Eeuw.

Tutorials

Naast de drie verplichte kernmodules kies je in ieder semester een keuzevak en een tutorial. In het tutorial ga je de diepte in, bijvoorbeeld door je te richten op een bepaalde literaire periode, een specifiek vraagstuk of bijvoorbeeld een cultuurhistorische methodologie. In een tutorial werk je in een klein groepje nauw samen met een docent op het gebied van zijn expertise. Sommige tutorials worden aangeboden als klaarstaand pakket, maar je kunt ook in overleg je eigen tutorial vormgeven. In de ruimte voor tutorials volg je ook seminars aan landelijke onderzoeksscholen, samen met studenten, promovendi en onderzoekers van andere universiteiten.

Masterscriptie

In het laatste semester van je masteropleiding schrijf je, onder begeleiding van een docent, je masterscriptie. Hieraan heb je al gewerkt tijdens het onderzoeksproject, maar in de schrijffase van je scriptie bouw je je interesse en onderzoek verder uit. Met de masterscriptie geef je je visitekaartje als jonge onderzoeker af.

Stage

Je kunt je keuzeruimte ook benutten voor een stage. Dit kan een onderzoeksstage zijn, waarin je meewerkt aan lopend onderzoek binnen de faculteit, maar het kan ook een onderzoeksgedreven stage zijn bij een culturele instelling of literair bedrijf, zoals een uitgeverij.

Published by  Faculty of Humanities

12 February 2018