Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Studieprogramma 

Als student Militaire geschiedenis analyseer je verschillende aspecten van oorlog en georganiseerd geweld. Het masterprogramma heeft een studielast van 60 studiepunten en is als volgt opgebouwd:

Opbouw programma

  • 18 EC kernvak
  • 12 EC themavak
  • 12 EC keuzevakken
  • 18 EC masterscriptie
  • Kernvak

    In het kernvak analyseren we theoretische en methodologische debatten over kernaspecten van de geschiedenis van oorlog en georganiseerd geweld. Het vak is opgebouwd uit drie blokken:

    1. In het eerste blok bespreken we de verschillende kaders waarbinnen militairhistorici de ontwikkelingen van krijgsmachten in de context van verschillende samenlevingen hebben bestudeerd.
    2. In het tweede blok koppelen we die kaders aan historiografische discussies en concrete casuïstiek. Hierbij werken we in groepsvorm aan een uitgebreide presentatie (met aansluitend debat) en een geschreven opdracht.
    3. Het derde blok draait om eigen onderzoek. Reflecterend op de kaders en historiografische discussies die in blokken 1 en 2 centraal stonden, maak je in een klein onderzoek met een onderwerp naar eigen keuze een koppeling tussen methodologie, historiografie en empirie. Hierbij is het mogelijk een onderwerp uit te kiezen dat aansluit bij dat van je masterscriptie.
  • Verplicht themavak

    Naast het kernvak wordt het themavak Third World Interventions During the Cold War als vast onderdeel van het programma aangeboden. Dit vak wordt in het Engels gegeven door dr. Artemy Kalinovsky, expert op het gebied van de geschiedenis van de (voormalige) Sovjet-Unie en de Koude Oorlog.

    The Cold War, as we know, was never really “cold.” Outside of Europe, the contest between the US and Soviet Union gave rise to some of the bloodiest conflicts of the twentieth century. The US and Soviet Union both intervened in local political and military confrontations to support their geostrategic interests while promoting their vision of modernity. In this course we will examine the nature of these conflicts, paying particular attention to how warfare was shaped by the ideological nature of the conflict. Questions to be asked include:
    Why did superpowers intervene in local conflicts? What strategies did they use to achieve their goals? What strategies were used to resist superpower intervention? How did assessments of previous conflicts affect strategy? What did adversaries and allies learn from each other?

  • Keuzeruimte en stage

    Stage lopen

    Je kunt tijdens je opleiding tot militair historicus een stage lopen; deze stage vervangt dan, afhankelijk van de omvang, 6 of 12 EC aan keuzevakken. De opleiding Militaire geschiedenis onderhoudt goede banden met diverse stagebedrijven, waaronder verschillende krijgsmachtonderdelen, de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), diverse musea (waaronder het Nationaal Militair Museum), maar ook diverse bedrijven en lobby-organisaties.

  • Keuzevak

    Nadat in 1840 de Belgische Afscheiding definitief was geworden, legde Nederland zich neer bij de status van kleine mogendheid in Europa. Het koos voor een politiek van afzijdigheid van de machtspolitiek der grote mogendheden in vredestijd en voor neutraliteit in het geval er ergens op het continent oorlog uitbrak.

    Maar daarmee waren op militair gebied de problemen voor Nederland niet opgelost, integendeel. Het koos voor een gewapende neutraliteit , wat inhield dat het zich zou verzetten tegen schendingen van de neutraliteit en het grondgebied. Nederland moest dus voorbereid zijn op daadwerkelijke oorlogvoering, vermoedelijk in een bondgenootschap tegen één van de omringende grote mogendheden. Bovendien had Nederland in Azië een grote kolonie te verdedigen tegen binnenlandse gewapende opstanden en tegen rivalen, in het bijzonder Japan.

    Intussen maakte de oorlogvoering in de tweede helft van de 19de en in de 20ste eeuw een proces van ongekende schaalvergroting door, resulterend in twee wereldoorlogen, een tot de tanden bewapend continent gedurende de Koude Oorlog en postmoderne oorlogen in een instabieler wordend wereld na de val van de Muur. In Azië vocht Nederland tweemaal een vergeefse oorlog om het behoud van de kolonie, in 1941-1942 en in 1945-1949.

    Dit college draait om de vraag hoe een klein land met een geringe strategische diepte, een beperkte bevolkingsomvang, zonder ontwikkelde oorlogsindustrie en met beperkte financiële en militaire middelen zich te midden van al dit geweld nog staande kon houden. Nederland worstelt tot de huidige dag met deze problematiek.

  • Masterscriptie

    De masterscriptie is het schriftelijke verslag (in 17.000-23.000 woorden) van een onderzoek dat je verricht in een grote mate van zelfstandigheid, maar met individuele begeleiding van een docent.

    Met de masterscriptie, de 'masterproef', laat je zien dat je over het vereiste niveau beschikt voor het verkrijgen van de graad van master. De voorbereiding voor je scriptie begint al in het kernvak, waarin je het onderwerp vastlegt, een onderzoeksvoorstel opstelt, de stand van de wetenschap op het gekozen onderzoeksterrein inventariseert en relevant bronmateriaal selecteert en bestudeert. Tevens wordt tijdens het kernvak contact gelegd met de beoogde scriptiebegeleider en krijg je informatie over de eisen waaraan een scriptie moet voldoen. 

UvA Studiegids

Het studieschema en een uitgebreide beschrijving van vakken vind je in de UvA Studiegids.

UvA Studiegids: studieschema

Doorstroommogelijkheden

Studenten kunnen tijdens hun eenjarige of duale masterprogramma overstappen naar een onderzoeksmaster. Na het doorlopen van de selectieprocedure en toelating kunnen zij in de meeste gevallen de tijdens het eenjarige en/of duale programma behaalde vakken meenemen naar de onderzoeksmaster. De examencommissie beslist of de vakken hiervoor in aanmerking komen.

Accreditatie en afstudeertitel

Militaire geschiedenis is een masterprogramma van de opleiding Geschiedenis. Deze is positief getoetst (geaccrediteerd) door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Dit betekent dat het programma na succesvolle afronding leidt tot een wettelijk erkend masterdiploma Geschiedenis en de titel Master of Arts (MA).